naast mij op de bank
zat er niemand
we zeiden niets
keken naar de wolken,
de zachte, lage zon
de bladeren in het gras
hoe de zomer wisselde
met de herfst, de winter
de wind reeds gedraaid
al frisser, al feller was
en vogels vlogen hoog
naar zuiderse oorden
we zagen hoe kleuren
vervaagden, verdwenen
samen met de bloemen
ik wou het met je delen
hoe het hart
van de wereld klopte
en langzaam stopte
ik wou ... echter
naast mij op de bank
zat er niemand
Posts tonen met het label alleen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label alleen. Alle posts tonen
dinsdag 27 september 2016
dinsdag 1 december 2015
je missen
ik verdrink
in de inkt
terwijl papier
verdriet opneemt
stukje voor stukje
echter, te weinig om
beter te voelen
te weinig om
te hopen op
herstel
blad per blad
je missen
vol tranen
in zwarte inkt
ik verdrink
maandag 1 juni 2015
van je houden en wenen
ik zal altijd van je houden en wenen
wenen omdat ik je niet meer kan omarmen,
niet meer kan zien hoe jij naar me kijkt,
wenen want ik zal vergeten hoe je lach klonk
en zal ik later wel nog weten, waarom
ik jou zo schattig vond als je opstond
mijn handen zullen je nooit meer voelen,
woelen, ik eenzaam in een te groot bed
en wie zal er lachen om mijn grappen,
wie kus ik zomaar in de hals, op de mond
ik kan enkel nog wenen, en van je houden
wenen omdat ik je niet meer kan omarmen,
niet meer kan zien hoe jij naar me kijkt,
wenen want ik zal vergeten hoe je lach klonk
en zal ik later wel nog weten, waarom
ik jou zo schattig vond als je opstond
mijn handen zullen je nooit meer voelen,
woelen, ik eenzaam in een te groot bed
en wie zal er lachen om mijn grappen,
wie kus ik zomaar in de hals, op de mond
ik kan enkel nog wenen, en van je houden
zondag 29 maart 2015
Een stoffig hart
Een hart oud en stoffig,
wat licht langs het gordijn,
hij schuwt de mens, het leven,
gebroken door de pijn.
Zijn handen rusten op de tafel,
maar diep in hem geen rust,
hij had haar maar één dag gezien,
haar éénmaal zacht gekust.
Toen was zijn leven zo voorbij,
samen konden zij niet zijn,
ze bleef wel leven in zijn hart
dat verdronk in brandewijn.
Vaak moest hij aan haar denken,
in gedachten steeds nabij,
de tranen die hij eenzaam huilde,
een verloren loterij.
Zo stoft hij verder door het leven,
in eenzaamheid, koud en kil,
hij wil wel schreeuwen om haar liefde
maar alles blijft eeuwig stil.
wat licht langs het gordijn,
hij schuwt de mens, het leven,
gebroken door de pijn.
Zijn handen rusten op de tafel,
maar diep in hem geen rust,
hij had haar maar één dag gezien,
haar éénmaal zacht gekust.
Toen was zijn leven zo voorbij,
samen konden zij niet zijn,
ze bleef wel leven in zijn hart
dat verdronk in brandewijn.
Vaak moest hij aan haar denken,
in gedachten steeds nabij,
de tranen die hij eenzaam huilde,
een verloren loterij.
Zo stoft hij verder door het leven,
in eenzaamheid, koud en kil,
hij wil wel schreeuwen om haar liefde
maar alles blijft eeuwig stil.
woensdag 25 maart 2015
Veranderen
Over een vergeten land
stormt de zuidwestenwind,
niemand maakt er nog pijlen,
ze zijn vergeten hoe het moet
en met een solidariteit
voor het individualisme
leven ze er in angst
verzuren ze verder van elkaar.
Ik werp een steen in het water
misschien verandert deze de stroom.
stormt de zuidwestenwind,
niemand maakt er nog pijlen,
ze zijn vergeten hoe het moet
en met een solidariteit
voor het individualisme
leven ze er in angst
verzuren ze verder van elkaar.
Ik werp een steen in het water
misschien verandert deze de stroom.
zaterdag 28 februari 2015
Het ebben van de tijd
We keken toe hoe het water zakte, en zo ebde ook de tijd,
we zagen geen obstakels, de toekomst was voor jou en mij,
nu de duisternis het zand koelt, liefde wordt verdriet in mij,
voel ik je hand nog in mijn hand, voor nu, voor eeuwigheid.
Niet de zon, maar je kus, brandt zacht op mijn lippen,
ik sluit mijn ogen voor de wereld, hoor nog je lieve lach,
nog even met je dromen, hoe alles kon vandaag de dag,
maar de zee ruist in de verte en ik voel je mij ontglippen.
Niets houdt ons eeuwig samen, al is de liefde groot,
onze toekomst, onze dromen verwaaien met het zand,
ik neem afscheid, alles verdwijnt in het avondrood.
Van een dicht-bij-mij werd je een gewone passant,
na eb kwam weer de vloed, wat voel ik mij een idioot,
liefde is geen eeuwigheid, het is een misverstand.
we zagen geen obstakels, de toekomst was voor jou en mij,
nu de duisternis het zand koelt, liefde wordt verdriet in mij,
voel ik je hand nog in mijn hand, voor nu, voor eeuwigheid.
Niet de zon, maar je kus, brandt zacht op mijn lippen,
ik sluit mijn ogen voor de wereld, hoor nog je lieve lach,
nog even met je dromen, hoe alles kon vandaag de dag,
maar de zee ruist in de verte en ik voel je mij ontglippen.
Niets houdt ons eeuwig samen, al is de liefde groot,
onze toekomst, onze dromen verwaaien met het zand,
ik neem afscheid, alles verdwijnt in het avondrood.
Van een dicht-bij-mij werd je een gewone passant,
na eb kwam weer de vloed, wat voel ik mij een idioot,
liefde is geen eeuwigheid, het is een misverstand.
woensdag 18 februari 2015
Tranen op het kussen
de nacht
koud en stil
warme lakens
als kille doeken
steun zoekend
in je hoofdkussen
(ik ruik je nog)
ik treur, ik treur
trek de nacht over mij
verberg eenzaamheid
ik wil wel huilen
ik wil het niet
tranen op het kussen
koud en stil
warme lakens
als kille doeken
steun zoekend
in je hoofdkussen
(ik ruik je nog)
ik treur, ik treur
trek de nacht over mij
verberg eenzaamheid
ik wil wel huilen
ik wil het niet
tranen op het kussen
zondag 15 februari 2015
Rozen en koffie
Duizend rode rozen,
zilver voor je pols,
een kus zacht op je lippen,
ontbijt zomaar op bed.
Niets is ervan geworden,
ik ben nog steeds alleen,
ik droom van de gedachten,
terwijl ik koffie zet.
zilver voor je pols,
een kus zacht op je lippen,
ontbijt zomaar op bed.
Niets is ervan geworden,
ik ben nog steeds alleen,
ik droom van de gedachten,
terwijl ik koffie zet.
dinsdag 11 maart 2014
Ergens gelukkig
Ik blader door het dagblad,
maar lees de knipsels niet,
ik kan geen aandacht houden,
mijn hart zit vol verdriet.
De koude koffie houdt gezelschap,
je foto trillend in mijn hand,
tranen vallen op mijn schoot,
door droefenis overmand.
In de tuin hoor ik de vogels,
zie reeds bloemen in het gras,
maar in mijn ziel blijft het winter,
koud en donker mijn alias.
Zonder jou enkel maar treurnis,
in de duisternis met pijn,
elders zal de zon wel schijnen,
hoop dat jij er gelukkig kan zijn.
maar lees de knipsels niet,
ik kan geen aandacht houden,
mijn hart zit vol verdriet.
De koude koffie houdt gezelschap,
je foto trillend in mijn hand,
tranen vallen op mijn schoot,
door droefenis overmand.
In de tuin hoor ik de vogels,
zie reeds bloemen in het gras,
maar in mijn ziel blijft het winter,
koud en donker mijn alias.
Zonder jou enkel maar treurnis,
in de duisternis met pijn,
elders zal de zon wel schijnen,
hoop dat jij er gelukkig kan zijn.
vrijdag 7 februari 2014
Want in de droom
Al jaren zie ik je in mijn dromen,
maar vanavond ben je echt,
we zullen elkaar ontmoeten,
onze liefde, mooi, oprecht.
Plaats en tijd werden geregeld,
maar vanavond ben je echt,
we zullen elkaar ontmoeten,
onze liefde, mooi, oprecht.
Plaats en tijd werden geregeld,
kaarsen en bloemen op de tafel
gezet,
mooie muziek die ons niet zou storen,
mooie muziek die ons niet zou storen,
in ons allereerste echt
gesprek.
Vanavond, kom jij in mijn leven
is er hoop op een samenzijn,
maar de kaarsen en de bloemen,
zijn enkel maar een rookgordijn.
De muziek draait enkel voor mij,
ik ben vergezeld door eenzaamheid,
jij lieve engel, lieve droom,
wordt nooit een werkelijkheid.
De muziek draait enkel voor mij,
ik ben vergezeld door eenzaamheid,
jij lieve engel, lieve droom,
wordt nooit een werkelijkheid.
vrijdag 17 januari 2014
Samenzijn als beeldspraak
Als ik weerom alleen wil zijn,
kom ik steeds naar deze zaak,
de bruine kroeg, de nicotine,
het samenzijn als beeldspraak.
Ik zie ze dan hun zorgen laven,
maar dat, nee, dat kan ik niet,
van drank daar houd ik me vanaf,
want zo vergeet ik het verdriet.
Want naast de tranen in mijn hart,
daar zit ook ergens een stukje jij,
het is het enige wat ik nog heb,
naast de eenzaamheid in mij.
kom ik steeds naar deze zaak,
de bruine kroeg, de nicotine,
het samenzijn als beeldspraak.
Ik zie ze dan hun zorgen laven,
maar dat, nee, dat kan ik niet,
van drank daar houd ik me vanaf,
want zo vergeet ik het verdriet.
Want naast de tranen in mijn hart,
daar zit ook ergens een stukje jij,
het is het enige wat ik nog heb,
naast de eenzaamheid in mij.
donderdag 19 december 2013
Het vergeelde licht
enkel wat
bladeren dwarrelden door de straten,
verlicht
door oude verroeste straatlampen,
die
nauwelijks meer gaven dan de volle maan
ze
hoorden de laatste stappen naar huis gaan,
de luiken
en deuren dichtslaan, en voelden
de koude
terwijl sterren en maan verdwenen
en toen
er niemand meer was, ook de bladeren
rust
vonden, vielen de eerste sneeuwvlokken
rustig en
eerbiedig in hun vergeeld licht
woensdag 6 november 2013
Een verloren hart
Bij het aanbreken van de dag,
droog ik de tranen op mijn kussen,
en sleep me naar een ontbijt,
van koffie en oude boterhammen,
belegen met eenzaamheid.
Naast mijn spiegelbeeld op de ruit,
zie ik plots de jouwe zitten, je lacht,
en als je handen naar me reiken,
wil ik dat je er echt bent,
en durf niet om te kijken.
Maar ook je lieve schim vervaagt,
je handen die naar me reiken,
je fonkelende ogen, je liefdevol gelaat,
ik heb mijn hart aan je verloren,
maar voor ons is het te laat.
droog ik de tranen op mijn kussen,
en sleep me naar een ontbijt,
van koffie en oude boterhammen,
belegen met eenzaamheid.
Naast mijn spiegelbeeld op de ruit,
zie ik plots de jouwe zitten, je lacht,
en als je handen naar me reiken,
wil ik dat je er echt bent,
en durf niet om te kijken.
Maar ook je lieve schim vervaagt,
je handen die naar me reiken,
je fonkelende ogen, je liefdevol gelaat,
ik heb mijn hart aan je verloren,
maar voor ons is het te laat.
maandag 30 september 2013
Eenzaam tussen mensen
Ik leef de schaduw van mijn leven,
weet dat het anders had kunnen zijn,
waar er vroeger volop vuur was,
is er nu enkel een rookgordijn.
Ik dwaal zonder deel te nemen,
in de wereld rondom mij,
herleef steeds het verleden,
met een hart vol averij.
Ik ben eenzaam tussen mensen,
eeuwig eenzaam zonder jou,
ik hoop dat er ooit weer vuur is,
want ik sterf van de kou.
weet dat het anders had kunnen zijn,
waar er vroeger volop vuur was,
is er nu enkel een rookgordijn.
Ik dwaal zonder deel te nemen,
in de wereld rondom mij,
herleef steeds het verleden,
met een hart vol averij.
Ik ben eenzaam tussen mensen,
eeuwig eenzaam zonder jou,
ik hoop dat er ooit weer vuur is,
want ik sterf van de kou.
donderdag 5 september 2013
Het witte paard
De
prins op het witte paard,
de prinses in de toren,
de kikker die je kussen moet,
ik kan het niet aanhoren.
Het witte paard dat was er niet,
de toren onbewoond,
hoeveel kikkers ik ook kuste,
ik bleef steeds ongekroond.
de prinses in de toren,
de kikker die je kussen moet,
ik kan het niet aanhoren.
Het witte paard dat was er niet,
de toren onbewoond,
hoeveel kikkers ik ook kuste,
ik bleef steeds ongekroond.
zondag 1 september 2013
Onbereikbaar voor elkaar
Ik proef de lucht die jij uitstraalt,
probeer je blik te vangen,
je rode lippen vragen mij,
“Voel jij ook het verlangen?”
Je stem klinkt lief en zacht,
als je fluistert mijn naam,
maar ik hoor je lichaam schreeuwen,
“Kom toch dichter bij me staan!”.
Onze woorden vormen samen,
zinnen van een mooi verhaal,
waarin we gelukkig kunnen leven,
maar tussen ons een muur van staal!
Er is geen samen in dit leven,
de muur te hoog, afstand te groot,
in het verlangen naar mekaar,
wachten wel elk op de dood.
probeer je blik te vangen,
je rode lippen vragen mij,
“Voel jij ook het verlangen?”
Je stem klinkt lief en zacht,
als je fluistert mijn naam,
maar ik hoor je lichaam schreeuwen,
“Kom toch dichter bij me staan!”.
Onze woorden vormen samen,
zinnen van een mooi verhaal,
waarin we gelukkig kunnen leven,
maar tussen ons een muur van staal!
Er is geen samen in dit leven,
de muur te hoog, afstand te groot,
in het verlangen naar mekaar,
wachten wel elk op de dood.
donderdag 29 augustus 2013
Vloeibaar geluk
Ik
mis de nachten,
de babbels om niets,
hoe wij samen waren,
het had gewoonweg iets.
Nu ben ik je verloren,
mijn wereld staat stil,
de woorden zijn eenzaam,
de nachten zijn kil.
Maar ik heb wat gevonden,
het kan niet meer stuk,
ik voel ons weer samen,
door vloeibaar geluk.
de babbels om niets,
hoe wij samen waren,
het had gewoonweg iets.
Nu ben ik je verloren,
mijn wereld staat stil,
de woorden zijn eenzaam,
de nachten zijn kil.
Maar ik heb wat gevonden,
het kan niet meer stuk,
ik voel ons weer samen,
door vloeibaar geluk.
dinsdag 27 augustus 2013
Vluchteling
Op zoek naar een einde,
maar er is geen begin,
onrustig in het leven,
wat is toch de zin?
Vluchten voor oorlog,
geen woning, geen land,
de wereld draait door,
met jou aan de kant.
Overal een vreemde,
voor altijd verdwaald,
je hoopt rust te vinden,
de plaats onbepaald.
maar er is geen begin,
onrustig in het leven,
wat is toch de zin?
Vluchten voor oorlog,
geen woning, geen land,
de wereld draait door,
met jou aan de kant.
Overal een vreemde,
voor altijd verdwaald,
je hoopt rust te vinden,
de plaats onbepaald.
woensdag 3 juli 2013
De kaars dooft
In
het licht van de kaars,
danst de schaduw
rond een halflege fles,
een lauw glas wijn,
het moest zo zijn.
De vlam weerkaatst
in een zee van tranen,
verdriet in elke seconde,
verdriet in elk uur,
het hart overstuur.
Hij wacht tot ze dooft,
leg zijn hoofd op tafel,
met de hand rond de lege fles,
vergeten wat er schort,
tot het weer ochtend wordt.
danst de schaduw
rond een halflege fles,
een lauw glas wijn,
het moest zo zijn.
De vlam weerkaatst
in een zee van tranen,
verdriet in elke seconde,
verdriet in elk uur,
het hart overstuur.
Hij wacht tot ze dooft,
leg zijn hoofd op tafel,
met de hand rond de lege fles,
vergeten wat er schort,
tot het weer ochtend wordt.
woensdag 19 juni 2013
Bij dageraad
Ik wachtte niet op de dageraad,
maar op haar, ze kwam niet.
De dageraad verscheen,
de zon wilde ons groeten,
maar ik was alleen.
Nu wordt het avond, de zon groet ons weer,
maar ik ben nog steeds alleen.
Ik wacht. Niet op de dageraad,
maar op haar.
Misschien komt ze vannacht.
Dan wacht ik niet meer op haar,
maar wacht ik op de dageraad
en als de zon ons groet,
als ik niet meer alleen ben,
dan groet ik de zon.
maar op haar, ze kwam niet.
De dageraad verscheen,
de zon wilde ons groeten,
maar ik was alleen.
Nu wordt het avond, de zon groet ons weer,
maar ik ben nog steeds alleen.
Ik wacht. Niet op de dageraad,
maar op haar.
Misschien komt ze vannacht.
Dan wacht ik niet meer op haar,
maar wacht ik op de dageraad
en als de zon ons groet,
als ik niet meer alleen ben,
dan groet ik de zon.
Abonneren op:
Posts (Atom)