Ik zal nooit het verdriet vergeten dat mijn hart overspoelde, nooit vergeten hoe jij, reeds een stukje van mij, ook mijn verleden werd met een laatste kus, terwijl onze betraande ogen intens zochten naar het langer bij elkaar blijven, het blijven dat niet kon bestaan, enkel nog die laatste kus, onze betraande ogen en, verdriet dat mijn hart overspoelde.
Eten doe ik nauwelijks, er zitten vlinders in mijn buik, en als ik aan je denk, dan klopt mijn hart er bijna uit. Ik dagdroom, ik vergeet, schrijf telkens weer je naam. Ik ben een slachtoffer van liefde, hoop dat het nooit voorbij zal gaan.
jij bent de lichtbron van mijn schaduw, het heiligdom in mijn bestaan, de wind, de zon, de regen, jij bent de lach, jij bent de traan jij bent het ritme van mijn hartslag, de zuurstof in mijn leven, alle seizoenen op één dag, je bent het krijgen en het geven jij bent het beker na de wedstrijd, de hoofdprijs van de loterij, jij maakt me overgelukkig, want ik hou van jou en jij van mij
Bij het aanbreken van de dag, droog ik de tranen op mijn kussen, en sleep me naar een ontbijt, van koffie en oude boterhammen, belegen met eenzaamheid.
Naast mijn spiegelbeeld op de ruit, zie ik plots de jouwe zitten, je lacht, en als je handen naar me reiken, wil ik dat je er echt bent, en durf niet om te kijken.
Maar ook je lieve schim vervaagt, je handen die naar me reiken, je fonkelende ogen, je liefdevol gelaat, ik heb mijn hart aan je verloren, maar voor ons is het te laat.