Soms staat de maan
ons aan te staren
alsof hij ons veracht.
Hij ziet geen steek
echt niemendal
voor hem is alles nacht.
Geen witte wolken
geen blauwe zee
geen bergen in het vergezicht.
Zijn bomen groen?
Is er woestijn?
Dat ziet hij niet op zicht.
Soms staat de maan
daar zo te stralen
alsof hij naar ons lacht.
Ziet hij wat wouden?
Ziet hij de meren?
Het is toch middernacht?
De warme, gele zon
achter onze eigen bol
schijnt recht in zijn gezicht.
En met een glimlach
op zijn gelaat
geeft de maan zijn eigen licht.
Posts tonen met het label middernacht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label middernacht. Alle posts tonen
donderdag 23 april 2015
woensdag 13 februari 2013
Tot morgen zon
De zon ebt weg,
legt haar stralen zacht
op het water neer.
Afscheid aan de horizon,
haar glimlach
kleurt de wolken.
Ik wuif naar haar,
zij werp me nog
een laatste schaduw toe.
Net als de zon,
verdwijnt mijn schaduw
onder het deken van de nacht.
Slaap zacht.
legt haar stralen zacht
op het water neer.
Afscheid aan de horizon,
haar glimlach
kleurt de wolken.
Ik wuif naar haar,
zij werp me nog
een laatste schaduw toe.
Net als de zon,
verdwijnt mijn schaduw
onder het deken van de nacht.
Slaap zacht.
dinsdag 27 november 2012
Ik ben duisternis
Kijkend
naar de sterren,
wachtend
in de nacht,
duisternis
verbergt tranen,
de
tranen van onmacht.
In
de donker worden tranen,
worden
tranen vrolijkheid,
kan
ik het verdriet verbergen,
voor
mij een zeldzaamheid.
In
de donker kan ik weer lachen,
in
de donker kan ik zijn,
zijn
kan ik dan zonder schaamte,
ik, mezelf
in de maneschijn.
Maar
bij het krieken van de dag,
als
men weer de zon aanprijst,
dan
schreeuw ik om duisternis,
voordat
het leven mij opeist.
In
het licht kan ik niet zijn,
kan
ik niet zijn wie dat ik ben.
In
de dag ben ik weer anders,
niet
de weerwolf, maar de gentleman.
dinsdag 30 oktober 2012
Lachen met Halloween
In
de straten, op de pleinen dwaal ik rond.
Ik
ben de geest achter de bomen,
volg
je met bloedrode ogen, hongerig.
Wie
durft er buiten te komen?
De
maan en de mist, die helpen mij,
ze
maken alles donker en mysterieus,
en
als ik dan mijn slachtoffer zie,
dan
laat deze avond mij geen andere keus.
Ik
sluip nog stiller dan haar schaduw,
breng
de angst diep in mijn prooi.
Ik
zie ze gespannen heen en weer kijken.
Wat
is de vrees in haar ogen bloedmooi.
Ik
spring op, verschrikking alom,
een
schreeuw en een gil, ongezien.
Dan
herkent ze me en geeft me een duw,
en
moeten we lachen met Halloween.
donderdag 28 juni 2012
Middernacht
Het is middernacht
en ik weet niet of ik
slapen wil.
Morgen, vroeg op, maar
geen zand in de ogen,
geen geeuw in de mond.
Het is middernacht
alles is rustig, alles
is stil.
Morgen, vroeg op, maar
mijn pen staat te
trillen, ideeën vliegen rond.
Het is middernacht.
Morgen, vroeg op.
Neen, ik ga nog niet
slapen,
al ben ik morgen doodop.
Abonneren op:
Reacties (Atom)