Hier sta en wacht ik
dan,
met gedachten in het
verleden,
op de morgen liefst
vandaag,
op toekomst voor mijn
heden.
Ik zie de wolken
zachtjes wenen,
ik hoor de wind huilen
om jou,
bomen, bloemen en de
vogels,
alles is om je in rouw.
Elke adem doet me
barsten,
elke hartslag geeft een
traan,
ik blijf staan, ik blijf
wachten,
zonder jou wil ik niet
doorgaan.
Tijd zal de wonde helen,
maar de leegte vult hij
niet,
wel zal mijn hart weer
kloppen,
voel ik je warmte, niet
het verdriet.